Dankzij de machines werd er sneller en goedkoper geproduceerd en bleven de loonkosten laag. Maar het heeft ook enorme sociale gevolgen. In de industrie kwamen meer banen, maar ook de dienstverlening groeide. De welvaart steeg, maar kwam lange tijd nauwelijks ten goede aan de "gewone mensen". Er waren verscheidene boycotacties tegen fabrikanten en zelfs regelrechte opstanden van werkloos geworden thuiswerkers zoals veel kleine wevers. Deze werden veelal uit de markt gedrongen door de goedkoper werkende nieuwe fabrieken. Door het wegvallen van de mogelijkheid om met huisnijverheid tegen de massafabricage te concurreren moesten mannen, vrouwen en kinderen in de fabrieken gaan werken om in hun levensonderhoud te voorzien.

De tweede industriële revolutie rond 1880 is ontstaan door de ontdekking van staal, door aanzienlijk verbeteringen in het produktie proces van ijzer. Betere kennis van chemie, zuiveren en een lager koolstofgehalte in het gietproces, maken het staal aanzienlijk sterker. Maar tegelijkertijd ook de uitvindingen op gebied van elektriciteit. De eerste gloeilampen werden gemaakt, turbines, generatoren en verbrandingsmotoren.
NL
DE
EN
